OVERDENKINGEN BIJ DE VIERINGEN


OVERWEGINGEN VAN DE PASTORES VAN DE PAROCHIE ST. PAULUS BIJ DE WEEKENDVIERINGEN

 

Zondag 8 januari 2012: Openbaring van de Heer

Een ster zien en in heel je wezen voelen, dat je op weg moet gaan, dat je de ster moet volgen. Dat overkomt de drie wijzen uit het oosten, het westen en het zuiden, die in een eeuwenlange traditie van vertellen de namen Caspar, Balthasar en Melchior hebben gekregen. Ze zijn met hun kamelen een vaste figuren in de kerststal geworden. Eén is er zwart, één ouder en één jong nog zonder baard. Zo vertegenwoordigen zij alle volken. Deze drie wijzen zoeken een koning. Op hun zoektocht komen zij ook in Jeruzalem, de hoofdstad, waar koning Herodes woonde en waar de tempel was. Daar is de ster niet te zien. Want Herodes is allesbehalve de koning die zij zoeken. Herodes voelt zich bedreigd door de aankondiging, dat uit Betlehem een leidsman te voorschijn zal treden die herder zal zijn over Israël. Hij probeert de wijzen voor zijn karretje te spannen. Maar zij begrijpen, dat hij als koning geen herder is, maar een tiran. Oneerlijkheid, onrecht, machtsmisbruik en zelfverrijking drijven hem. Het licht van de ster verbleekt bij zoveel duisternis. Pas buiten Jeruzalem is de ster weer te zien en leidt hen naar Betlehem. Daar aangekomen houdt de ster stil op de plaats waar het Kind zich bevond. Zij wisten dat ze in die eenvoudige stal op het goede adres waren, want een diepe vreugde vervulde hun hart. Verwonderd waren ze ook, want de koning blijkt een pasgeboren kind. Ze brengen hulde en overhandigen hun geschenken: goud, wierook en mirre. Het zijn symbolische geschenken die al iets zeggen over de bestemming van het pasgeboren kind Jezus. Goud is kostbaar, een waardig geschenk voor een koning. Maar goud is zuiver en heeft ook een symbolische betekenis: wie een gouden hart heeft, is een goed mens. Zo was Jezus. De tweede wijze geeft wierook, dat gebruikt wordt als reukoffer. In de opkringelende rook maak je verbinding met dat wat je te boven gaat, met God zelf. Wierook is een teken van eerbiedige overgave. Jezus leefde in nauwe verbondenheid met God, die hij Vader noemde. De derde wijze brengt mirre. Mirre was erg kostbaar en heeft een helende en reinigende werking. Mirre verwijst naar een zuiver hart. Tegelijk verwijst het ook naar de dood. In de drie geschenken kunnen we al ontdekken, wat dit Kind nog te wachten staat.
Annette Zoet,
pastoraal werker in de St. Paulusparochie.

Zondag 15 januari 2012, Tweede Zondag door het jaar (B): Geroepen worden
1 Samuel 3, 3b-10.19 en Johannes 1, 35-42

Terwijl de jonge Samuel in de tempel slaapt samen met de oude priester Eli, wordt hij geroepen. Telkens denkt hij dat het Eli is die hem roept. Als dat drie keer gebeurd is, begrijpt Eli, dat God Samuel roept en hij vertelt Samuel wat hij moet doen als het weer gebeurt. We lezen ook hoe de leerlingen van Jezus geroepen worden. Jezus doet dat niet zelf in het Johannesevangelie. Johannes de Doper vestigt hun aandacht op Jezus door te zeggen: "Zie het Lam Gods". Twee mannen die al leerling waren van Johannes, die dus al bekeerd waren door zijn woorden, gaan Jezus achterna en gaan met hem mee. Zij blijven bij hem. Eén van hen, Andreas, brengt zijn broer Simon naar Jezus. Deze Simon krijgt van Jezus een nieuwe naam: Petrus - rots- zal hij voortaan heten. In de katholieke kerk wordt het woord roeping bijna uitsluitend in verband gebracht met priesters en kloosterlingen. Dat is eigenlijk jammer, want in deze twee verhalen wordt uitgelegd dat roeping iets is voor ons allemaal en tegelijk iets groots en eenmaligs. Ieder van ons denkt wel eens na over de zin van haar of zijn leven. We willen er iets van maken. We hebben een levensdoel, een droom, een ideaal en we proberen om dat gestalte te geven. Als we daar zo mee bezig zijn, ervaren we ook regelmatig dat het leven meer en groter is dan wat wij ons dagelijks voorstellen, plannen en bewerken. Soms is het ons te veel en te zwaar, soms prijzen we ons gelukkig, soms weten we er geen raad mee, soms neemt het een heel andere wending. Op zulke momenten ervaren we: de zin van het leven gaat boven mij uit, is groter dat ik kan bevatten en komt in zekere zin naar mij toe als een opdracht, een verwachting, een roeping. Zo kan God ons allen roepen. Dat is niet altijd zo duidelijk als bij Samuël of de leerlingen van Jezus. Misschien roept God ons meer verhuld, meer in het voorbijgaan, in ons dagelijks leven, zoals bij de twee leerlingen van Johannes. Ons leven is vol van ontmoetingen en momenten die ons aanspreken op onze roeping. Soms hebben we net als Samuel een beetje hulp nodig om te begrijpen, dat God ons zoekt, roept en wacht op ons antwoord.
Annette Zoet,
pastoraal werker in de St. Paulusparochie.

Zondag 22 januari, Derde Zondag door het jaar (B): Het gaat om bekering
Jona 3, 1-5.10 en Marcus 1, 14-20

"Bekeer je en luister naar het Woord van God". Dat is de boodschap waar Jona en Jezus mee op weg worden gestuurd. Jona moet de mensen van Ninivé waarschuwen, dat het slecht met hen zal aflopen als ze hun goddeloze levenswijze vervolgen. Jezus is na zijn doop door Johannes de Doper veertig dagen in de woestijn geweest, waar hij op de proef werd gesteld door satan. Hij bleef trouw aan God en keert terug op een spannend moment. Johannes de Doper, degene die opriep tot bekering en de mensen wees op de Messias, is gevangen genomen. Jezus weet dan hoe moeilijk het gaat worden ook voor hem, want ook zijn boodschap zal weerstand oproepen. Toch begint hij met het vertellen over God. Hij doet dat op een plek waar het Woord van God gelezen wordt, in de synagoge, waar de mannen van de joodse gemeenschap samenkomen. Tegen hen zegt hij: De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij. Jezus zegt in feite: wat er geschreven staat in de Schrift, wat profeten hebben voorspeld, dat er een Messias, een Redder, zal komen, dat wordt nu werkelijkheid. De tijd dat er vrede en gerechtigheid zal zijn, breekt nu aan." Maar die goede tijding gaat vergezeld van een oproep tot bekering. In het vervolg van het verhaal zien we dat ook gebeuren. Jezus vraagt aan Simon, Andreas, Johannes en Jacobus om met hem mee te gaan en zijn leerlingen te worden. Zij laten meteen hun boten en netten achter en gaan mee. Bekering heeft dus iets te maken met afscheid nemen van een oude manier van leven, van oude vertrouwde dingen, van mensen zelfs met wie je nauw verbonden bent. In het verhaal klinkt hierover geen aarzeling. In werkelijkheid is dat niet zo makkelijk en kost het veel tijd, moeite en pijn om afscheid te nemen van een levenswijze, waarvan men wel weet, dat deze niet goed is, maar die toch zekerheid bood. Bekering heeft ook te maken met berouw: voor aan een nieuw leven kan worden begonnen, moet het verleden worden afgesloten. Je moet berouw tonen over de fouten die je begaan hebt, zoals gebeurde met de inwoners van Ninivé. God spaart hen en daarmee wordt onthuld, dat het in het Rijk van God gaat om goedheid en vergeving, maar dat vraagt wel een grote inzet van ons!
Annette Zoet,
pastoraal werker in de St. Paulusparochie.

Zondag 29 januari, Vierde Zondag door het jaar (B): Wie is Hij toch?
Deuteronomium 18, 15-20 en Marcus 1, 21-28

Opnieuw gaat Jezus naar een synagoge om de mensen over God te vertellen. Wat hij de mensen vertelt, staat er niet bij, maar wel dat hij dat op een andere manier doet dan gebruikelijk. Van zijn woorden gaat gezag uit. Zijn woorden raken de mensen en zij vragen zich af wie hij is. Dan gebeurt er iets onverwachts: een man in wie een demon huist, begint te schreeuwen. De demon herkent de bijzondere kracht van Jezus en schreeuwt, dat hij de Heilige van God is. Jezus legt de demon het zwijgen op en beveelt hem weg te gaan uit de man. Dat gebeurt, de man komt weer tot zichzelf. Alle mensen die er getuige van zijn, zijn verwonderd en vragen zich af, hoe dat kan en wie die man is die demonen zijn wil op kan leggen. Het verhaal gaat als een lopend vuurtje door de streek. Marcus wil duidelijk maken wie Jezus is, maar dat doet hij niet door Jezus een rede te laten afsteken, maar door te vertellen wat er gebeurt als Jezus optreedt. In dit verhaal wordt duidelijk, dat Jezus een leraar is die op bijzondere wijze de Schrift uitlegt, zodat mensen er door geraakt worden. Ook wordt duidelijk, dat hij over bijzondere krachten beschikt die hem in staat stellen een man te bevrijden van demonen. Hij is de profeet waarover in Deuteronomium al wordt gesproken, degene die Gods woorden zal spreken. Hij is de Heilige Gods, zoals de demon schreeuwt, maar Jezus verbiedt de demon verder te spreken. Wie hij is, mag nog niet onthuld worden. Wie hij is, komt steeds meer aan het licht in zijn leven, in zijn ontmoetingen met mensen, in gesprekken, genezingen. Jezus wil de mensen vertellen over Gods' Rijk, dat komt, dat al begonnen is, over hoe God redt en bevrijdt, nabij is, de weg wijst naar goed en verantwoordelijk leven met elkaar. In zijn optreden voegt Jezus de daad bij het woord: een man wordt bevrijd van kwellende demonen. Hij krijgt zijn leven terug en kan zijn plek in de samenleving weer innemen. God vraagt ons om ook de daad bij het woord te voegen en verantwoordelijk en betrouwbaar met elkaar om te gaan.
Annette Zoet,
pastoraal werker in de St. Paulusparochie.

 

5e zondag door het jaar 5 februari 2012
Job. 7,1-4.6-7 Psalm 147, 1-6 1 Korintiërs 9,16-19.22-23 Marcus 1,29-39

"Moet de mens niet zwoegen op aarde, dagen maken van een dagloner". "Vruchteloze maanden en nachten lang van getob", klaagt Job tot God. Gedachten en gevoelens die we zeker herkennen. Regelmatig vragen wij ons af wat heeft het voor zin, waar doen we het voor als we opnieuw ontmoedigd raken, bij het zien van de beelden de tv en in de krant. De oorlogen, het opleggen van onderdrukkende religies en dictatuur. Mensen die in opstand komen tegen de regimes, tegen de onderdrukkende machten, maar nog steeds vallen de slachtoffers onder de onschuldigen. In de psalm klinken hoopvolle woorden over God die zijn volk weer opricht, herbouwt en geneest van zijn wonden. Hij die zich met name bekommert om de kleine, verdrukte mens en zondaars hun plaats wijst. Misschien een handreiking voor ons, om ons niet te blind staren op onze onmacht maar te kijken naar wat wel in onze macht ligt. De ander in onze naaste omgeving helpen, ondersteunen. Stukje bij beetje, niet de pretentie hebben dat je alles oplost maar de ander helpen zich weer op te richten zodat hij/zij weer verder kan. Zonder ons daarvoor op de borst te kloppen en beloond te willen worden maar vanuit gebed en stilte de aandacht weer op een andere hulpvrager te richten. Zoals Paulus en Jezus. Doorgeven van wat wij ontvangen door heilige Geest van God zelf, onze kracht en macht er voor elkaar te zijn en te leven vanuit de liefde van God. Soms is zwijgend naast de ander zitten al voldoende, er zijn, nabij zijn opdat er iets van hoop mag oplichten.
Marga Peters - van Langen
Pastoraal werkster St Paulusparochie

6e zondag door het jaar 12 februari 2012
Leviticus 13,1-2.45-46 Psalm 32,1-2.5.11 1 Korintiërs 10,31-11,1 Marcus 1,40-45

In Leviticus lezen we de voorschriften hoe men om moet gaan met mensen die een huidziekte of gezwel hebben, het komt voort uit een bekend onderdeel, namelijk de vraag over de verklaring van rein en onrein. Wanneer ben je rein en wanneer onrein? Huidziektes kunnen besmettelijk zijn, dat is ook het gevaar waar deze tekst op wijst. In het oude Israël waren de priesters de deskundigen die dit moesten vaststellen en die bepaalden of iemand in quarantaine moest. Pas wanneer er aan de voorwaarden voldaan was kon men weer in de gemeenschap worden opgenomen. In de psalm wil de bidder zijn fouten en zonden bekennen. Hij durft het omdat hij zich bij God veilig voelt, dat hem vergeving wacht en geen uitsluiting. In de brief aan de Korintiërs gaat het om de vraag of het toegestaan is om aan de goden gewijd vlees te eten. Paulus geeft als leidraad dat een christen in alle doen en laten tot eer van God leeft. Hij gaat uit van het centrum van de wet: God liefhebben met heel je hart en je naaste als jezelf. Zoek in alles nooit je eigen voordeel. Bij Marcus vraagt een melaatse, die als onreine buiten de gemeenschap is geplaatst, Jezus om genezing. Daar waar de wet voorschrijft dat je deze mensen niet mag aanraken geneest Jezus de man juist door aanraking. Jezus aarzelt niet om mensen aan te raken. Hiermee geneest hij niet alleen maar herstelt ook het menselijke contact en hij herstelt de toegang tot God. Jezus zoekt de grenzen op van het reinheidssysteem en klaagt hiermee vooral de uiterlijke schijn ervan aan. Jezus wordt door medelijden bewogen. Hij is tot in het diepste van zichzelf geraakt en van daaruit handelt hij. Hoe zit dat bij ons? Hoe vaak voelen wij ons van binnen geraakt en willen we de ander wel helpen maar laten we ons weerhouden door regels en wetten?
Marga Peters - van Langen
Pastoraal werkster St Paulusparochie

7e zondag door het jaar 19 februari 2012
Jesaja 43,18-19.21-22.24b-25 Psalm 41,2-5.13-14 2 Korintiërs 1,18-22 Marcus 2,1-12

Het thema van het menselijk tekort het menselijk onvolmaaktheid is door de hele geschiedenis heen besproken en blijft onze aandacht houden. Steeds zoeken we een antwoord op het menselijk falen en het lijden. Jesaja spreekt aan het eind van de Babylonische ballingschap als men antwoorden zoekt naar het waarom. Hij is vol van de verlossing die God biedt. Kijk niet terug maar vooruit, de Heer maakt een nieuw begin, waarbij het verleden niet meer telt. De psalmdichter bezingt zijn God die mensen zegent die de handen uitsteken naar anderen. Maar in zijn eigen leven ervaart hij het anders, zijn leven wordt verduisterd door het verdriet dat anderen hem aandoen en hij zoekt met velen naar de diepste oorzaak van menselijk lijden in een verbroken band met God, in tekortschieten tegenover God. Hij ervaart zich van mensen verlaten maar bij God veilig. De brief van Paulus weerspiegelt een conflict tussen hem en de gemeente over andere evangelieverkondigers. Kennelijk heeft men Paulus als wankelmoedig of misschien wel onbetrouwbaar ervaren. Paulus maakt een zeer beslist statement. God heeft zijn zegel op ons gedrukt en als voorschot op het leven de Geest in onze harten gegeven. Het oude Testament ziet de verbroken band met God als de diepste oorzaak van menselijk lijden. Jezus raakt door zijn uitspraak :'Jouw zonden zijn je vergeven", aan deze diepste laag. Het verhaal is bijzonder in die verbinding van zondenvergeving en fysieke genezing. Dat er in de eerste eeuw na Christus verband werd aangenomen tussen ziekte, vergeving en genezing wordt ook duidelijk gesuggereerd in een passage uit de 'Regel van de Gemeente' uit Qumram. De zieke is in Marcus niet direct na het woord van vergeving genezen. Daar is een nieuw machtswoord van Jezus voor nodig. De vier mannen en Jezus steken hun handen uit naar de mens in nood. De schriftgeleerden blijven enkel bezig met hun theologische discussie. En wij? Wat doen wij?
Marga Peters - van Langen
Pastoraal werkster St Paulusparochie

Aswoensdag 22 februari 2012
Joël 2,12-18 Psalm 51,3-6.12-14.17 2 Korintiërs 5,20-21.6,1-2 Matteüs 6,1-6.16-18

De confetti zit misschien nog in uw haren, de haringen staan nog op tafel en het plezier van drie dolle dagen carnaval nog in je lijf. Maar vandaag leggen we alles weer af, feestkleding en maskers worden weer opgeruimd. Het was goed om samen feest te vieren, grappen en grollen, en de draak te steken met elkaar, maar aan alles komt een eind. Vandaag kijken we in de spiegel van ons binnenste en proberen we te komen tot een hernieuwde omkeer tot God. Deze persoonlijke omkeer wordt in de eerste twee lezingen tot uitdrukking gebracht met verschillenden beelden waarbij er steeds de nadruk op ligt dat de gehele persoon en met name het hart, tot omkeer dient te komen. In het evangelie ligt de nadruk niet zozeer op het doen van boete als op het vasthouden aan de verlossing die door Christus tot stand gekomen is. Het evangelie houdt wel met nadruk vast dat een uiterlijke show, die tot sociaal respect leidt niet het idee van vasten [of bidden en aalmoezen geven] is, maar dat dit eveneens op God gericht dient te zijn. Kortom we staan aan het begin van de veertigdagentijd, ofwel het vasten en worden opnieuw opgeroepen ons te oriënteren op God én op onze medemens, alleen niet tor eer en glorie van onszelf maar in het verborgene, met de wetenschap dat het gezien wordt door God.
Marga Peters - van Langen
Pastoraal werkster St Paulusparochie

1e zondag van de Veertigdagentijd 26 februari 2012
Genesis 9,8-15 Psalm 25 1 Petrus 3,18-22 Marcus 1,12-15

Aan het einde van het zondvloedverhaal neemt God het initiatief tot een verbond. Hij richt zijn verbond op met Noach. Het eerste verbond in de bijbel is een universeel verbond van God met de aarde. De hele schepping deelt in die verbondenheid met God. Noach was een rechtvaardig mens, hij wandelde met God. In moderne woorden: hij onderhield een 'duurzame' relatie met Hem. Daardoor kon hij zelfs het lot van de aarde ten goede keren. Zijn echte nakomelingen leven eveneens vanuit een verbintenis met God en de schepping. Zij laten zich op hun levensweg leiden door Gods aanwijzingen in Tora [psalm] en evangelie. Marcus geeft het kort weer. De tijd dat de profetische beloften werkelijkheid worden, is aangebroken. Op de proef gesteld door de satan in de woestijn, maar gesteund door engelen keert Jezus terug naar Galilea. Jezus vraagt aan de mensen zich weer om te keren naar God en zijn goede boodschap te geloven. Door inkeer en berouw wordt de relatie met God herstelt. Betrokkenheid op en vertrouwen in Hem vormen voortaan de kern van waaruit men leeft. Waar en hoe beleven wij onze woestijn, welke beproevingen doorstaan wij, weten we ons ook gesteund door engelen? Mogen ook wij ons daardoor gesterkt weten om ons laten leiden op de paden van de Heer, in het spoor van Jezus.
Marga Peters - van Langen
Pastoraal werkster St Paulusparochie

4 maart 2e zondag 40-dagentijd
Genesis 22, 1-18 Evangelie Marcus 9, 2-10

'De binding van Isaak', of ook wel 'Het offer van Abraham', zo wordt de Genesis-tekst wel genoemd die vandaag op de rol staat. Het beroemde Bijbelverhaal staat in kleurig hout afgebeeld op het hoofdaltaar van de eucharistische Calixtuskerk in Groenlo. Het paneel heeft een centrale plaats aan het altaar. Het laat zien dat naast de Joden ook de christenen dit een kernverhaal van de Bijbel vinden. Abraham snijdt zijn geliefde zoon Isaak bijna de keel door. Een rituele slachtpartij, zo u wil. God vraagt van hem om zijn veelgeliefde, zijn enige zoon, op te offeren. De haren rijzen je te berge. Hoe kan God zoiets van een mens vragen? Toch, Abraham doet het. Maar gelukkig, op het laatste moment wordt het gevaar afgeweerd. In plaats van de weerloze jongen wordt een bokje geslachtofferd op het altaar. Ritueel geslacht en verbrand, ter ere van God in den hoge. De tijd van rituele mensenoffers is daarmee voorbij. De vrome Abraham hoeft zijn kind niet te doden. De vrome Isaak mag zijn taak in de wereld vervolgen. Alleen het bokje, het lam, bracht het er niet levend van af. Het sterft voor de zonden van de wereld: Agnus Dei, qui tollis peccata mundi. Ook uw en mijn zonden mogen op de rug van het arme beestje worden gelegd. Maar dan komt het: Jezus wordt in de liturgie 'het Lam van God' genoemd. Is het dan toch nog een mensenoffer? Over de Mensenzoon staat geschreven dat hij veel lijden moet. We kunnen om het lijden blijkbaar niet heen. Er valt niet aan te ontkomen. Dat roept vragen bij ons op: Wat voor zin is er in een offer(dood) te vinden? We willen aan doden graag iets zinvols meegeven. Zijn of haar dood kan niet voor niets zijn. Dat verzacht de harde realiteit een beetje. Sinds die vreselijke moord is er veel meer aandacht voor slachtoffers gekomen, bijvoorbeeld. En: Sinds dat dodelijke ongeluk is dat kruispunt beter beveiligd. Ook de dood van Jezus was niet voor niets. Ons leven wordt er draaglijker van. Voel het en beleef het en ervaar de heilzame werking.
Met een vriendelijke groet
Simon Nagelmaeker
Pastoraal werker profielhouder diaconie Parochie St Paulus

11 maart 3e zondag 40-dagentijd
Exodus 20, 1-17 Evangelie Johannes 2 , 13-25 

Vandaag worden ons de Tien geboden, of ook wel de Tien Woorden voor gehouden. De belangrijkste leefregels waar Joden en Christenen zich aan te houden hebben. Die regels zijn geschreven omdat velen zich er niet aan hielden. Dat kun je wel nagaan. Waarom zou je dat anders zo nadrukkelijk stellen? Maar ook omdat velen van nu zich er niet door willen laten gezeggen. We hebben moeite met ieder die ons de regels stelt. Dat willen we eigenlijk liever zelf bepalen. Dat is, denk ik, ook wel goed. Je moet er ook zelf goed over nadenken aan welke regels jij je wilt houden. Maar dat neemt niet weg dat je daarbij ook naar die heilige regels mag kijken. Jezus leefde vanuit die heilige leefregels. Als Jood had hij nog veel meer regels waar hij zich aan hield. Maar dat terzijde. Jezus ging er op een menselijke manier mee om. Als er echte nood is, dan gaat het belang van het mensenleven dat bedreigd wordt voor. Dat wil echter niet zeggen dat hij alle regels maar aan zijn laars lapte. Nee, Jezus onderhield bijvoorbeeld de Sabbath, ging regelmatig naar de synagoge of tempel, enz. Hoe zit dat met ons ? De katholieken van tegenwoordig nemen het niet meer zo nauw met de zondagsheiliging. Daarmee overtreden ze één van de tien Woorden, willens en wetens. Dat is ernstig. Is er dan een mensenleven mee gemoeid dat men de zondag niet meer heiligt ? Over het algemeen is dat niet zo. Dan mag niets die zondagsheiliging in de weg staan. Dat moeten christenen ernstig nemen. Laten we deze Vastentijd dus goede voornemens maken. Laten we weer terugkeren op de goede weg. Laten we bijvoorbeeld van de zondag weer een dag van rust en gebed maken. Een dag voor het gezin, de familie. Een dag van inkeer die apart staat van de rest van de week. Dat is trouwens voor niemand verkeerd. Je laadt de accu weer op en ontspant. Je bent dan meer bezig met de zin van je leven. Je denkt meer na over wat jou en anderen geluk brengt en blijheid. Katholieke blijheid ook. Het mag en het kan.
Met een vriendelijke groet
Simon Nagelmaeker
Pastoraal werker profielhouder diaconie Parochie St Paulus

18 maart 4e zondag 40-dagentijd Zondag laetare (Verheug je, Jerusalem!)
2 Kronieken 36, 14-23 Johannes 3, 14-21

De ballingen keren terug naar Jerusalem, hun vrede-stad van weleer. Jaren hadden ze in een vijandige omgeving moeten leven. Ze hadden er desondanks een redelijk goed bestaan opgebouwd. Toch wilden ze weer terug naar hun geboortegrond. Dat blijft trekken. Dat herkennen we wel. Maar het is ook moeilijk om je weer los te moeten maken. Ieder die wel eens verhuisd is naar een ander gebied kan er over meepraten. Je moet alles weer van de grond af aan opbouwen. Alles is je vreemd. Daar heb je niet altijd meer de puf voor. Het lukt hier toch ook wel? Waarom toch die onrust? Dan sturen we verhuisbriefjes met vreugdevolle verwachtingen erop afgedrukt. Het is wel een beetje dubbel.. Maar goed, die ballingen van toen… die gingen toch weer terug naar aloude grond? Naar hen bekende plaatsen? Ja, dat zeker, maar de meesten weten het alleen maar van oude verhalen. Hoeveel kracht zit er nog helemaal in die oude verhalen? Zoiets als: Mijn opa woonde als kind in Haarlem. Wat heb ik nou met Haarlem? Opa is allang overleden. Wat heb ik daar nou te zoeken? Het Bijbelverhaal is echter sterker als een gewoon verhaal. Niet voor niets staat er in de Bijbel: Jeruzalem, mijn hand eraf als ik jou mocht vergeten.. Als rechtgeaard katholiek zou ik zoiets niet zo snel over een stad als bijv. Rome zeggen. Hoewel Rome toch wel een heel mooie stad is met voor christenen aardige trekpleisters. De paus woont er, het is het centrum van de R.K. wereldkerk. Toch, Rome blijft een stad als andere historische steden. Ze is niet bekleed met heiligheid. Maar Jeruzalem… Ja, dat ligt anders. Het is toch wel een stad met dieper doorwerkende papieren. Niet Rome, maar Jeruzalem is de 'navel', het religieuze zenuwcentrum van de wereld. Kom, laten we naar Jeruzalem gaan! Jeruzalem, we komen er aan!
Met een vriendelijke groet
Simon Nagelmaeker
Pastoraal werker profielhouder diaconie Parochie St Paulus

25 maart, 5e zondag 40-dagentijd
Jeremia 31, 31-34 Johannes 12, 20-36

Vandaag passeert een mooie zin in de lezingen: Als een graankorrel niet in de akker sterft, blijft hij onvruchtbaar. Wie zich aan zijn leven vastklampt, verliest het. Het klinkt zo tegenstrijdig. In de graankorrel huist een levenskiem. Die kan best een tijdje zonder water of licht. Maar dat kan natuurlijk niet te lang duren. Als er nog wat uit wil groeien, dan moet ie de grond in, vocht opnemen en dan gaan ontkiemen. De goede temperatuur doet dan de rest. Zo is het ook met een mens. Maar een mens is geen plant! Nee, gelukkig hoeven we niet de grond in met vocht, mest en zonlicht. Als mens worden we pas echt vol mens als er naast voedingsstoffen, een goede leeftemperatuur ook menselijke goedheid ervaren, liefde ontvangen en leren wat van waarde is en wat beter vermeden kan worden. Als we een goed voorbeeld van de volwassenen om ons heen krijgen. Als we op zijn tijd gecorrigeerd worden en gestimuleerd om het goede te doen. Zo groeit een mensje op tot een echt mens. Voeden is goed, maar opvoeden is minstens zo belangrijk, zo niet beter. Kansen krijgen om tot ontwikkeling te komen. Toch lijken we op die graankorrel. Hij moet zichzelf open laten breken. Zichzelf geven om te kunnen groeien. Dan geeft h/zij bij de oogst een veelheid aan nieuwe korrels. Je staat er verbaasd van hoeveel ook een mens kan geven. Hoeveel vrucht een mens kan geven aan velen om zich heen. Dan straal je licht uit in de kerk en de samenleving. Juist door je los te maken uit je eigen belangen en je zelfzucht, krijg je zicht op geluk en energie om bergen te verzetten. Laten we ons in deze Vastentijd inprenten, dat we van dat 'breken en delen' ons levensmotto maken.
Met een vriendelijke groet
Simon Nagelmaeker
Pastoraal werker profielhouder diaconie Parochie St Paulus

 

 

 

 

    

Als u wilt reageren op deze overdenkingen dan kan dat via onze contactpagina
door het zenden van een e-mailbericht of via het gastenboek.